Filter op opleidingsniveau

 

           

In onderstaande figuur zijn de aantallen werkzame personen die de chemiesector toetreden of verlaten per jaar weergegeven. Voor ieder jaar is er gekeken welke personen er op 31 december in de chemiesector werkzaam zijn. Als deze personen het jaar ervoor op 31 december niet in de chemiesector werkzaam waren, dan worden deze personen tot de instroom gerekend. Wanneer deze personen het jaar erna niet op 31 december in chemiesector werkzaam waren, dan wordt dit als uitstroom gezien.

Voor de in- en uitstroom per specifieke SBI stroomt een persoon in of uit als die persoon het jaar daarvoor (voor instroom) of erna (voor uitstroom) niet in diezelfde SBI werkzaam was. De som van de in- of uitstroom per SBI is dus niet gelijk aan de in- of uitstroom voor de gehele chemiesector.

Voor het percentage van de instroom wordt het aandeel instromende personen berekend ten opzichte van het aantal werkzame personen binnen de geselecteerde sector van het jaar van instromen. Voor het percentage van de uitstroom wordt het aandeel uitstromende personen berekend ten opzichte van het aantal werkzame personen binnen de geselecteerde sector van het jaar voor de uitstroom.

Hier wordt de netto in- of uitstroom weergegeven. Dit komt neer op het verschil tussen de instroom en de uitstroom. Positieve waarden geven een groei van de sector weer (in het aantal werkzame personen) terwijl negatieve waarden een krimp weergeven.

In onderstaande figuur is de spreiding van het opleidingsniveau van de in- en uitstromende werkzame personen in kaart gebracht. Het gaat daarbij om de in- en uitstromende personen van wie het opleidingsniveau bekend is (aan de hand van de diplomabestanden van het CBS). Het aandeel van elk van de opleidingsniveaus is berekend door dit af te zetten tegen de totale groep werkzame personen die in- of uitstroomde én waarvan het opleidingsniveau bekend is (ca. 10% tot 25% per jaar).

In onderstaande figuur is de spreiding van het opleidingsniveau van het de in- en uitstromende werkzame personen in kaart gebracht. Het gaat daarbij om de in- en uitstromende personen van wie het opleidingsniveau bekend is (aan de hand van de diplomabestanden van het CBS). Het aandeel van elk van de opleidingsniveaus is berekend door dit af te zetten tegen de totale groep werkzame personen die in- of uitstroomde én waarvan het opleidingsniveau bekend is (ca. 10% tot 25% per jaar).